Longkanker

KRAS-remmers plus immunotherapie bij NSCLC: werkzaamheid, toxiciteit en biomarkers

Met de registratie van sotorasib en adagrasib werd KRAS — lang als "undruggable" beschouwd — een direct doelwit. Volgende-generatie KRAS G12C-remmers zoals divarasib en olomorasib zijn nu in klinische evaluatie en lijken potenter en selectiever.

Maar monotherapie levert geen duurzame ziektecontrole. Deze overzichtstudie analyseert het bewijs voor combinaties van KRAS G12C-remmers met checkpointblokkade in NSCLC, met aandacht voor hepatotoxiciteit (een kritiek probleem in deze combinatie), responspatronen en biomarkers die patiënten kunnen identificeren met de grootste kans op duurzaam voordeel.

De auteurs schetsen welke combinatie-ontwerpen het meest veelbelovend zijn voor fase 3-onderzoek.

Abstract (original)

Mutant KRAS, once deemed “undruggable,” has now become a direct therapeutic target. The approval of KRAS G12C inhibitors—sotorasib and adagrasib—marked a turning point in oncology, and next-generation compounds such as divarasib and olomorasib are now under clinical evaluation. These agents indicate improved potency and selectivity, yet their impact remains limited.1–3 Responses, although encouraging, fall short of cure, underscoring a critical reality: single-agent KRAS inhibition is insufficient for durable disease control.

Dit artikel is een samenvatting van een publicatie in Journal of Thoracic Oncology. Voor het volledige artikel, alle details en referenties verwijzen wij u naar de oorspronkelijke bron.

Lees het volledige artikel

DOI: 10.1016/j.jtho.2025.12.107